Into the wild

Into the wild

Stiekem wilden we dat al lang, eens in het bos slapen. Gewapend met drie stoere mannen, een trui en een zakmes durfden we het dan eindelijk. Een knisperend dennenbos in de Luxemburgse wouden bij Manhay werd ons huis.

‘Stel,’ begint Jurgen, Wildcrafter van dienst, ‘je strandt ergens in de natuur zonder bagage, geld of onderdak. Wat moet je dan als eerste doen?’ ‘Kijken of er iets te eten is?’ stelt Lucy voor. ‘Of eerst water zoeken, en dan vlakbij dat water een kamp bouwen?’, denkt Felix. Jurgen knikt. ‘Wat is het belangrijkste? Water en shelter’, vat hij het samen. Lucy en Mirtha zien de zelfgebakken dennenkroketjes al met spijt aan hun neus voorbij gaan, maar als duidelijk wordt dat ‘shelter’ eigenlijk ‘kamp’ betekent, zijn ze een en al aandacht.

Om ons te beschermen tegen de natuurelementen moeten we een kamp bouwen, gebruik makend van wat de natuur ons biedt. ‘Goed rondkijken wat er al is voor je grootscheepse werken op touw zet, want die putten je energie uit. En in een situatie waarin het aankomt op overleven, weet je niet of je iets te eten zal vinden om energie bij te tanken.’ De kinderen inspecteren het bos op interessant gepositioneerde boomstammen, afgevallen takken en extra zacht mos. ‘Kan het hol van een konijn ook dienen?’ checkt Felix. Helaas, dat is alleen Alice in Wonderland gegeven.

Mos en twijgjes

‘Kijk, dit is een aanleunhut’, wijst Jurgen. Wij zien een omgevallen boomstam. Hij ziet een hut. Maar ja, in noodgevallen kijkt een mens niet te nauw en komt een beetje verbeeldingskracht goed van pas. ‘We kunnen zand en blaadjes gebruiken’, stelt Felix voor. ‘Of een beverburcht bouwen’, zeggen Lucy en Mirtha enthousiast. Alle respect voor bever-projectontwikkelaars, maar we kiezen toch voor iets anders. Het wordt een hut. Niet het aanleungenre, maar een échte. Dus zoeken we twee bomen die op net de goede afstand van elkaar staan en een boomstam die kan dienen als balk tussen de twee, mits enig gesjor.

De volgende stap is lange, stevige takken en stokken zoeken die aan weerszijden als muren zullen functioneren. Allemaal lopen we geconcentreerd te zoeken naar takken die de juiste lengte hebben; tamelijk belangrijk als je geen zin hebt om midden in de nacht last te krijgen van een instortend dak. We zijn er uren mee bezig, maar niemand klaagt. De ‘hier gaan wij vannacht écht in slapen’-opwinding helpt natuurlijk ook. Zodra het geraamte van onze hut min of meer staat, is het tijd voor de aankleding. Want takken alleen houden de wind niet tegen: daar hebben we bosgrond, mos en twijgjes voor nodig. Met z’n allen gooien we handenvol zachte, donkere aarde tegen de muren, en telkens blijft er iets meer hangen.

Peter, overdag bouwvakker en na de uren bosmens, is intussen bezig vuur te maken. Lucifers komen er niet aan te pas. Hij toont ons hoe mensen dat al duizenden jaren doen, lang voor er aanstekers bestonden. De vuurboogmethode is behoorlijk indrukwekkend, maar ook de uit het leger afkomstige magnesiumstick kan op bewondering van de kinderen rekenen. Hoe dan ook heb je voor een mooi vuur tondel nodig, dat is droog materiaal als lisdodde, hooi, schors en ander pluizig materiaal.

Dansende muisjes

Terwijl Peter het kampvuur opstookt tot royaal kook- en gezelligheidsniveau, neemt Jurgen ons via een wildpad – ‘let op de verse sporen’ – mee naar het riviertje dat een eind verderop door het bos loopt. Hoe kan je zeker weten of het water uit een rivier drinkbaar is? Door Jurgen mee te nemen. Past hij niet in je koffer, dan is er nog een andere manier. Eersteklaswater heb je wanneer je er de steenvlieglarve in aantreft. Gewoon een paar stenen omdraaien en checken of je dit insect met twee staarten kan vinden. Is dat het geval, dan heb je uitstekend water, ‘beter dan wat bij ons uit de kraan komt’. Is er geen steenvlieg te bespeuren, dan moet je op zoek naar andere insecten, om te bepalen of het water van tweede categorie (nog drinkbaar), derde categorie (alleen drinkbaar na koken) of vierde categorie (verontreinigd en dus niet drinkbaar) is. De kinderen draaien steen na steen om maar het water blijkt niet drinkbaar. Gelukkig zijn onze gidsen langs de supermarkt geweest.

Die nacht slapen we als rozen (de kinderen) en met een half oog open (wij). De muisjes trippelen over onze slaapzakken en af en toe daalt een spinnetje neer uit de nok van onze zelfgemaakte hut. Slapen in het bos doe je niet alleen. Maar wat een fantastisch gevoel.

Wildcraft Gidsen, www.wildcraftgidsen.be. Er zijn een paar familieweekends per jaar waar je voor kan inschrijven. Je kan ook een weekend op maat laten samenstellen voor een zelf te kiezen groep.

LOW_GVB_Wild Craft-0011 LOW_GVB_Wild Craft-9995 LOW_GVB_Wild Craft-0036 LOW_GVB_Wild Craft-0303 LOW_GVB_Wild Craft-0338 LOW_GVB_Wild Craft-0057 LOW_GVB_Wild Craft-0095 LOW_GVB_Wild Craft-0122 LOW_GVB_Wild Craft-0138 LOW_GVB_Wild Craft-0170 LOW_GVB_Wild Craft-0197 LOW_GVB_Wild Craft-0227 LOW_GVB_Wild Craft-0237 LOW_GVB_Wild Craft-0239 LOW_GVB_Wild Craft-0245 LOW_GVB_Wild Craft-0250 LOW_GVB_Wild Craft-0287 LOW_GVB_Wild Craft-0289 LOW_GVB_Wild Craft-0361 LOW_GVB_Wild Craft-0378 LOW_GVB_Wild Craft-0457 LOW_GVB_Wild Craft-0468 LOW_GVB_Wild Craft-0486 LOW_GVB_Wild Craft-0497