Kanaries en steenkool

Kanaries en steenkool

‘Naar wat zochten ze zo diep onder de grond?’ vraagt Lucy zich hardop af, als we de indrukwekkende site van be-MINE in het Limburgse Beringen in het vizier krijgen. Naar steenkool natuurlijk, maar er was meer. Kameraadschap. Brood op de plank. En misschien ook wel een beetje avontuur.

‘Voor wat dient steenkool eigenlijk?’ peilt onze gids Daniël naar de kennis van de jeugd van tegenwoordig. ‘Om de treinen te laten rijden’, laat Mirtha weten. ‘En voor de kachel’, voegt Felix eraan toe, ‘maar niet voor de barbecue.’ Daniël knikt. Nee, een barbecue met steenkool, dat zou toch net iets minder lekker zijn.

In de mooi bewaard gebleven archieven bevindt zich de kassa: hier kregen de mijnwerkers om de twee weken hun centen. Verderop ligt de monumentale badzaal. Zo’n 3500 lange, smalle kastjes herbergden de spullen van de mijnwerkers. Aan het einde van de week gingen de vuile kleren in een speciale waszak, bestemd voor wasserij Sneeuwwitje. De sprookjesprinses zal er haar werk mee gehad hebben!

Onze gids toont de eindeloze rijen douchecabines waar de mijnwerkers hun zwarte vel onder handen namen met Sunlight zeep. ‘Douchegel en haarbalsem, dat kenden wij toen nog niet hoor.’ Hilariteit alom als hij vertelt hoe hij soms aan een makker in de douche naast hem vroeg om zijn rug te schrobben. ‘Maar als ik degene naast mij niet zo tof vond, dan plakte ik een washandje vol zeep tegen de muur en ging daar tegenaan schuren.’

Mirtha en Lucy staan te springen om de speciale jas aan te trekken en de helm op te zetten: komt er verkleden aan te pas, dan zijn ze er als de kippen bij. Felix kijkt bedenkelijk, maar vindt zijn gele helm dan toch best cool. Als hij maar geen prinsessenkleren aan moet, is het al lang goed.

We nemen de witte trap naar de lampenzaal, de enige plek in de mijn waar vrouwen toegelaten waren. Het was dan ook precisiewerk, waar het leven van velen vanaf hing. Een speciale lamp was in staat te bepalen of er gas zat en het dus te gevaarlijk was om ergens te werken. Voor deze lamp er was – in de jaren ’20 en ’30 – moesten kanaries de klus klaren. Viel de kanarie flauw, dan was er gas. De pechvogel legde dan wel het loodje. We zien verontwaardiging op het gezicht van de kinderen. Dan is zo’n lamp toch beter, zeggen ze.

‘Voor een mijnwerker aan z’n job op 800 m diepte kon beginnen, moest hij zich aanmelden.‘ legt Daniël uit.  Zelf werkte hij altijd in de nachtploeg, van 22u tot 6u. De kinderen trekken grote ogen als hij vertelt dat hij na vijfentwintig jaar nog steeds tot twee à drie uur ’s nachts opblijft. ‘Zo laat zijn wij nog nooit opgebleven!’ Het lijkt hen wel wat.

Had hij zich aangemeld en zijn uitrusting aangetrokken, dan nam de mijnwerker plaats in een liftkooi voor zes à acht. Die bracht hem in vijftig seconden diep in de buik van de aarde. Wow, een pretpark is er niks bij!

Wie niet claustrofobisch is aangelegd, kan ook de ondergrondse simulatie gaan bekijken. Die bevindt zich niet – zoals destijds – op 800 m diepte, maar je moet er wel een krappe trap voor afdalen. Hier wordt de oude manier van werken getoond: het met de hand kappen van de steenkool. Een loodzwaar karwei.

We komen er allerlei details te weten, zoals het feit dat de boterhammen aan een fijn draadje aan de balken werden opgehangen, zodat de muizen er niet aan konden. Die muizen werden voor de rest wel ongemoeid gelaten, want net als de kanaries dienden ze als alarm voor gasvorming in de mijn. ‘En de balken zijn van dennenhout’, aldus Daniël, ‘want dat kraakt voor het breekt.’ ‘Dan kunnen de mijnwerkers nog rap gaan lopen’, zucht Mirtha opgelucht.

We eindigen ons bezoek aan de mijn met een drankje in de als chalet ingerichte Melkbar. Ook die maakte ooit deel uit van de rituelen van de mijnwerkers. Elke dag kwamen ze hier bij het verlaten van de mijn verplicht een glas melk drinken. Dat was bedoeld om het stof op te lossen in hun maag.

Wij hebben geen stof in onze maag, maar wel stof tot nadenken in ons hoofd. Met lichte tegenzin trekken de kinderen hun pakken en helmen uit. Ze buigen zich over een Fanta in plaats van een glas melk. En laten het even bezinken, wat ze gezien hebben. Dit kruipt onder de huid.

Het Mijnmuseum bevindt zich op de site van be-MINE, Koolmijnlaan 201, 3582 Beringen. Info: 011/43.11.17, www.mijnmuseum.be, www.bemine.be.

Elke eerste en derde zondag van de maand zijn er rondleidingen onder begeleiding van een gids. De rondleiding voor families moet op voorhand gereserveerd worden.

LOW_GVB_B-Mine_FY0P3085 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3088 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3123 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3137 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3154 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3160 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3195 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3205 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3212 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3222 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3237 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3265 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3282 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3286 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3310 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3327 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3336 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3359 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3367 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3399 LOW_GVB_B-Mine_FY0P3412