Kinderen voor kinderen

Kinderen voor kinderen

Fair trade chocolade eten tot je er buikpijn van krijgt. Geld geven aan Unicef. Deuren platlopen voor het Rode Kruis. Er zijn zoveel manieren om de wereld te verbeteren. Maar ook: met het hele gezin vrijwillig (een deel van) je vakantie doorbrengen in een school in Thailand. Wij kozen vorige zomer voor die laatste optie.

Wanneer onze songtaew stil houdt voor een huis met tuin in Amphure Muang – een groene buitenwijk van de noordelijke stad Chiang Mai – staat een jonge Thaise naar ons te zwaaien. Het is Siripa, die ons de komende week met raad en daad zal bijstaan in onze rol als vrijwilliger. Die rol is nieuw voor ons en we weten niet goed wat te verwachten. Onderweg hier naartoe fantaseerden de kinderen er op los, van ‘in een weeshuis baby’s verzorgen’ (dochter) tot ‘iets met sport, misschien kan ik een voetbalploeg trainen?’ (zoon).

Onze kamer op de eerste verdieping van het vrijwilligershuis bestaat uit twee stapelbedden, een kast en een ventilator die tevergeefs probeert de wurgende hitte te bestrijden. Felix (11) en Lucy (9) beginnen aan hun gebruikelijke onderhandelingsronde over wie boven mag slapen in het stapelbed. De eindbeslissing is nog steeds niet gevallen, wanneer er kordaat op de deur wordt geklopt. Een vrouw in minirok met dansende pomponnetjes valt ons uitbundig rond de hals. Dat we welkom zijn, verzekert ze ons. En dat ze deze week heel goed voor ons gaat zorgen. Nittiya kookt, doet de was en is op eenvoudig verzoek ook te porren voor een babbeltje of een moederlijke omhelzing.

Die avond wordt duidelijk hoe welkom we precies zijn. Op het menu staan frietjes, rijst én pasta. Koolhydraten en kinderen gaan nu eenmaal goed samen en dat weten ze blijkbaar overal ter wereld.  Aan tafel maken we kennis met de andere vrijwilligers: Bernadette (18) uit Gent, Marta (23) uit Barcelona en Tony (21) uit Valencia. Allemaal hebben ze zo hun eigen redenen om vrijwilligerswerk te doen. Ze willen een verschil maken voor de vele kinderen die hier in (kans)armoede leven. Ze willen meer dan de oppervlakkigheid van het doorsnee toerisme. Ze hopen iets te ontdekken over het leven en wat het precies de moeite waard maakt, dat leven. Die dingen willen wij ook allemaal, voor onszelf en voor onze verwende, westerse kinderen die alles en nog veel meer hebben.

LOW_fullsizeoutput_7182 LOW_fullsizeoutput_972c LOW_fullsizeoutput_93e9 LOW_DSCF7223 LOW_DSCF7447 LOW_fullsizeoutput_9462

Fat Guy

We zijn in alle vroegte paraat om het met liefde bereide ontbijt (pannenkoeken!) van Nittiya te verorberen en ons klaar te maken voor een dag in de Ubonluck stedelijke kleuterschool. Op een matras in de eetkamer ligt een man. ‘Dat is Fat Guy’, legt Marta behulpzaam uit. Hij brengt en haalt alle vrijwilligers naar en van hun verschillende bestemmingen. En staat erom bekend dat hij de hele zomer nog geen woord heeft gezegd. ‘Zou hij geen Engels verstaan?’ fluistert Felix. Blijkbaar niet, want Fat Guy geeft geen krimp.

Het kleuterschooltje vangt kinderen van 0 tot 6 jaar op. ‘De kindjes krijgen een uniform van de school, maar aan hun sokken zie je hoe arm ze zijn’, had Bernadette ons verteld. De allerkleinsten (11 maanden tot 2 jaar) hossen hier rond in een kleurrijke kamer, onder begeleiding van een jonge vrouw die vooral oog heeft voor haar smart phone. Tot een van de kinderen een polyester tapijt dreigt te ontmantelen: voor haar het sein om met de stok in de aanslag op de anderhalfjarige dader in kwestie af te gaan. We staan er met open mond op te kijken. ‘Ik weet dat het bij jullie niet gebruikelijk is om kinderen een tik te geven’, legt Siripa uit. ‘Maar hier is het heel gewoon. Voor ons is het de manier om kinderen discipline bij te brengen.’

Lucy gaat op de grond zitten bij de kleintjes. Met haar blonde haren en bleke huid wekt ze veel belangstelling. Allemaal verblijven de kinderen hier van maandag tot vrijdag van 7u ’s ochtends tot 15u à 17u. Een aantal blijft ook in het weekend, omdat er niemand in de familie is die voor hen kan zorgen. Sommigen wonen bij hun grootouders, vanwege het feit dat de ouders in Bangkok werken. Van daaruit sturen ze geld op.

‘Ook mijn driejarige zoon woont bij mijn moeder’, vertelt Siripa. ‘Tijdens de week moet ik werken en kan ik er niet voor hem zijn.’ Haar man werkt voor The Royal Project, dat boeren in de bergen helpt met het opzetten van biologische moestuinen, dus ook hij is de hele week weg. Hun zoontje groeit op in Siripa’s geboortedorp, ruim 80 km ten noorden van Chiang Mai.

We helpen met lakens spreiden over de matten, waarop de kinderen een twee uur durend slaapje doen. Maar eerst wordt er ontbeten met een zacht, zout papje van rijst en varkensvlees. Na het eten helpen we de kinderen hun geïmproviseerde bed in en gaan dan naar boven, waar de klas van de driejarigen zit.

LOW_DSCF6889 LOW_DSCF6853 LOW_DSCF6851 LOW_fullsizeoutput_76e7 LOW_fullsizeoutput_7fdb LOW_fullsizeoutput_8125 LOW_fullsizeoutput_9717 LOW_fullsizeoutput_9490 LOW_DSCF6964 LOW_DSCF6957 LOW_fullsizeoutput_95b1 LOW_fullsizeoutput_7f5c

Paard en olifant

Die zijn geconcentreerd bezig in een handboek waaruit ze ons alfabet en onze cijfers leren. Een meisje met heel veel staartjes in haar gitzwarte haar zit nauwkeurig de stippellijnen van het getal 18 over te trekken met potlood. Een hele pagina lang gaat ze door. Af en toe kijkt ze even op en glimlacht. ‘Voor Thaise kinderen is het essentieel dat ze zo vroeg mogelijk Engels leren’, zegt Siripa. ‘Alleen zo maken ze kans op een goede job en dus een beter leven.’

Felix wijst naar het woord ‘Hores’, met muurschildering van een paard. Andere dieren, zoals ‘elephant’, ‘dog’, ‘owl’, ‘bird’, ‘frog’ en ‘cat’ komen er beter vanaf. Maar wat hier aan taalvaardigheid wordt doorgegeven is beperkt, want ook de juf zelf spreekt geen Engels.

Nog een verdieping hoger zitten de oudere kleuters. Hier verwachten ze ons voor een lesje dat we zelf mogen invullen. Felix en Lucy gaan aan de slag met  spelletjes die ze thuis van de turnjuf geleerd hebben. Ze leren de kinderen eenvoudige Engelse liedjes zoals Row your boat en maken puzzels met hen. Wij lezen hen voor uit Engelstalige boekjes, in kleine groepjes. Een meisje vraagt Lucy om haar haar in te vlechten en al gauw vormt zich een hele rij van meisjes wiens haar moet geborsteld en gevlochten worden. ‘Je kan de dingen hier niet louter in taal overbrengen’, had Marta, die in Barcelona lesgeeft op een lagere school, ons de avond voordien gezegd. ‘Daarom zijn warmte en aandacht des te belangrijker.’

Siripa laat weten dat ze Lucy beneden graag nog eens zien langskomen. Dat hoeft ze geen twee keer te zeggen. Onze dochter voelt zich als een vis in het water tussen de kleintjes en weet ze urenlang bezig te houden. Ze vindt het moeilijk om aan het eind van de dag afscheid te nemen. We zijn er allemaal een beetje stil van.

LOW_DSCF7003 LOW_DSCF6982 LOW_DSCF6988 LOW_DSCF7122 LOW_DSCF7123 LOW_DSCF6957 LOW_DSCF7101 LOW_DSCF7112 LOW_fullsizeoutput_959c LOW_fullsizeoutput_780d LOW_fullsizeoutput_933c LOW_fullsizeoutput_93acLOW_fullsizeoutput_775f

Blauw strikje

In de Baansala lagere school dragen de kinderen een wit hemdje met blauwe rok of broek. Een strikje houdt de blouse van de meisjes dicht. Zodra ze ons in de gaten krijgen, stormen ze op ons af en roepen opgewonden ‘what’s your name?’ en ‘do you like football?’. Vervolgens klampen ze Siripa aan en bestoken haar met vragen in het Thais. ‘Ze hopen dat Lucy en Felix hier komen studeren’, vertaalt die grinnikend.

Athinant Budpao (25), geeft drie keer per week Engelse les aan de kinderen van acht en negen jaar. Hij studeerde aan de universiteit van Chiang Rai maar, zo geeft hij toe, ‘van veel woorden weet ik zelf ook niet hoe je ze uitspreekt.’ De helft van de klas is Thais, de rest van de kinderen komen uit Laos en Myanmar. Hun ouders zijn vaak gastarbeiders die in Chiang Mai op bouwwerven komen werken en langs de kant van de weg in barakken wonen. Als ze al ouders hebben. Een deel van de klas komt uit het weeshuis een paar kilometer verderop.

Sunglasses. Bikini. T-shirt. Dress. Straw hat. De klassikaal gedeclameerde woorden galmen door het lokaal. De kinderen zijn opvallend gefocust. Hun ogen blinken, ze proeven de woorden op hun tong. Zonnige woorden, die aan vakantie doen denken. Het soort vakantie dat deze kinderen vooral uit boeken kennen. Op vraag van hun leraar lees ik een conversatie voor uit het handboek en oefen het zin voor zin met hen in. Ook Felix laat zijn beste Engels op hen los.

LOW_fullsizeoutput_956d LOW_fullsizeoutput_9320 LOW_DSCF7197 LOW_DSCF7080 LOW_DSCF6938 LOW_DSCF6845 LOW_fullsizeoutput_97f0 LOW_fullsizeoutput_93ed LOW_fullsizeoutput_7b42

Zweetvoeten

Bernadette, die Engelse les geeft aan boeddhistische monniken, vraagt ons om ook daar eens langs te komen. De Universiteit heet voluit Mahachulalong Kornrajavidyalaya maar wordt ook met het minder tongbrekende Monk University aangeduid. We komen aan in een grote zaal waar de hele dag een workshop gehouden wordt over het gebruik van het Engels in teksten over kunst, architectuur en cultuurbehoud. Een vijftigtal jonge monniken in feloranje gewaden zit zwijgend over een cursus gebogen. Er hangt een indringende zweetvoetengeur. De zalmroze gordijnen geven de zaal een ouderwetse charme. Na de openingsceremonie beginnen ze per drie à vier aan de vertaalworkshop, waarbij wij van groep naar groep gaan en telkens vragen beantwoorden en mee problemen proberen op te lossen. Er wordt geregeld gepauzeerd om te bidden. Wat door Lucy prompt wordt geklasseerd als ‘een saaie Thaise preek’.

De docent vraagt ons om op het podium te komen vertellen over ons werk en hoe we leven in België. De meeste monniken hebben nog nooit gehoord van ons land. Wel beschouwen ze Europa als het paradijs. Grappig is dat, zeggen we, dat het dolgedraaide Europa de mond vol heeft van mindfulness en Aziatische wijheid, terwijl zij onze  levensstijl blijkbaar beschouwen als je van het. We vragen hen of ze ook na hun studies monnik willen blijven? Hier en daar wordt er geknikt. Een deel onder hen zit hier voornamelijk omdat ze op deze manier gratis kunnen studeren. Na de universiteit geven ze de brui aan hun monnikenleven, hoorden we van Bernadette. Maar dat wordt niet luidop gezegd.

Wat voor leven willen ze dan later? Geen reactie. De docent grijpt in: ‘Monniken doen erg hun best om in het nu te zijn, ze denken niet aan later.’ Die zit. Geen wonder dat ze niet allemaal kiezen voor een leven als monnik. Hun dag is behoorlijk strikt gestructureerd. Opstaan om 4u30, mediteren, ontbijten, studeren in de universiteit en voor 12u lunch, want na 12u mogen ze niets meer eten. Na de middag verder studeren, mediteren en vroeg gaan slapen. ‘Is het moeilijk om die discipline vol te houden? Hebben jullie nooit eens zin om uit te slapen?’, probeer ik. Niemand durft iets te zeggen. ‘Er zijn 237 regels om naar te leven als Boeddhistische monnik’, merkt een van hen op. Dat vat het wel zo’n beetje samen.

LOW_fullsizeoutput_71c6 LOW_fullsizeoutput_7ded LOW_fullsizeoutput_801f LOW_fullsizeoutput_7a55 LOW_DSCF7328 LOW_DSCF7332 LOW_fullsizeoutput_72d8 LOW_fullsizeoutput_80bb LOW_fullsizeoutput_94f3 LOW_fullsizeoutput_7714 LOW_fullsizeoutput_985c LOW_fullsizeoutput_973f LOW_fullsizeoutput_7752 LOW_fullsizeoutput_7874 LOW_fullsizeoutput_8204

Mediteren zonder chips

Aan het eind van de week zitten we ’s avonds weer aan tafel met alle vrijwilligers. Felix en Lucy zijn enthousiast over onze bezoeken aan de verschillende scholen en hebben veel te vertellen. Het contact met de Aziatische kinderen heeft indruk gemaakt. En niet alleen op hen. ‘Het geeft een goed gevoel om dit te doen, maar ik heb hier ook al veel geweend’, bekent Bernadette. Ze is aan haar laatste van vijf weken bezig. Marta heeft er nog twee te gaan.

Tony, die studeert voor bio-medisch ingenieur en zijn vrijwilligersweken achter de rug heeft, legt uit dat hij dit weekend gaat mediteren. Twee dagen lang zal hij zich terugtrekken in een Boeddhistisch klooster, om in alle stilte zichzelf te vinden voor hij weer afreist naar Spanje. ‘Ik vertrek morgen voor dag en dauw’, laat hij ons weten. We nemen alvast afscheid van hem en wensen hem alle inzichten toe waar hij naar op zoek is. De volgende ochtend zitten we aan het ontbijt, als plots de deur opengaat. Het is Tony. Met een grote zak chips. ‘Je mocht daar helemaal niet praten. En zelfs niet eten!’, zegt hij verbolgen.

De kinderen liggen in een deuk. Weer een onvergetelijke herinnering erbij.

LOW_fullsizeoutput_7da1

De Gentse organisatie Job Stop biedt in verschillende landen vrijwilligerswerk aan voor gezinnen. Voor Thailand werkt Job Stop samen met Idex. Meer info vind je op www.jobstop.be.