Met de koets langs de taalgrens

Met de koets langs de taalgrens

Mabel en Joyce kijken ons aan met een blik van: wij zullen jullie vanmiddag eens wat laten zien. En de dames houden woord. We kijken mee door hun donkere ogen, en zien al schommelend en wiegend het ongerepte Brabantse landschap aan ons voorbij trekken.

Mabel (7) en Joyce (6) zijn Shires, een bedreigd paardenras waarvan er wereldwijd nog maar een paar duizend over zijn. Door de mannen van Meteoron worden ze liefdevol verzorgd en ingezet voor taken waarvoor ze van nature geschikt zijn. Ze werken op het veld en in het bos maar weten ook wel raad met een koets, en dat is precies waarvoor wij naar Eigenbrakel (in het Frans: Braine-l’Alleud) zijn afgezakt. Vanuit de Ferme du Curé de la Flûte steken we van wal. ‘Als we uit de bocht gaan, gewoon blijven zitten!’ roept Marko enthousiast. De kinderen slikken even en knikken dan toch maar. Hij voegt er ernstig aan toe dat de koets niet mag verlaten worden zonder toestemming van de koetsier, zelfs als er iets fout gaat. Doen we dat wel, dan riskeert de arme koetsier niet meer te kunnen remmen wegens te weinig gewicht. De koets is een stevig Duits exemplaar dat er antiek uitziet maar het niet is. Het voertuig is zelfs uitgerust met schijfremmen, geen overbodige luxe als we koetsier Luc mogen geloven. Die wordt vooraan bijgestaan door groom Bruno. Marko is de tweede groom, letterlijk de bruidegom van de dag. Hij vat post achteraan de koets, leidt alles in goede banen qua verkeer en voorziet ons gezelschap van sterke verhalen. ‘Dit zijn de paarden waar de ridders uit de Middeleeuwen op reden’, legt hij uit. Felix kijkt op. Als het over ridders gaat, is deze Dingenzoeker een en al oor. ‘Het zijn de grootste paarden ter wereld. Ze kunnen tot 50 ton trekken, en konden dus ook met gemak de zware harnassen dragen.’ We komen nog te weten dat de uit Engeland afkomstige Shires, toen er geen ridders meer over waren, ingezet werden in de landbouw en later tijdens de wereldoorlogen zelfs zware artilleriestukken versleepten.

Intussen trekken we stapsgewijs langs heuvels en velden, nu en dan op de taalgrens balancerend. Via de weelderige akkerlanden van Eigenbrakel meanderen we tussen twee bossen in: het Hallerbos in het westen en het Bois de Hamme in het oosten. ‘Wie ziet als eerste de Leeuw van Waterloo?’ daagt Marko de jonge inzittenden uit. Allemaal turen ze de horizon af, tot er eentje wijst – daar! – in de richting van de leeuw op zijn piramide. Rond de middag is het tijd voor een picknick aan de rand van het magnifieke Hallerbos, dat vooral uit beuken bestaat. Terwijl wij onze meegebrachte boterhammen verorberen, rusten de paarden uit. Te klagen hebben deze merries niet: ze krijgen biologische voeding en worden zorgvuldig behandeld met natuurlijke producten. ‘Die respectvolle relatie met de dieren is essentieel voor ons’, aldus Luc. Zijn stem is alles wat deze paardenliefhebber nodig heeft: zwepen of andere onsympathieke methodes komen er niet aan te pas. Elk bevel aan de paarden gebeurt mondeling, af en toe horen we hem zelfs zingen. Via Woutersbrakel keren we terug naar de boerderij waar we vertrokken zijn. Zo kuieren we de taalgrens nog eens over: de weg leidt langs akkerland dat tot Wallonië behoort, terwijl het Hallerbos op Vlaams grondgebied ligt. Niet dat de kinderen zich ook maar iets aantrekken van wat waar ligt. Zij vinden hun nieuwe cowboybestaan gewoon heel cool.

De zomerroute van Meteoron duurt ruim 4 uur en leidt langs kleine wegen van Eigenbrakel via Drève de Colipain en Odeghien naar Woutersbrakel en Dworp. Minstens een week op voorhand reserveren. Voor info en prijzen:0477/991 206 (na 12u) en www.koetsritten.com.

LOW_GVB_Koetsrit_FY0P7359 LOW_GVB_Koetsrit_FY0P7283 LOW_GVB_Koetsrit_FY0P7304 LOW_GVB_Koetsrit_FY0P7474 LOW_GVB_Koetsrit_FY0P7346 LOW_GVB_Koetsrit_FY0P7310 GVB_Koetsrit_FY0P7505