Hopscheuten plukken en proeven

Proeven van het woeste westen

Hopscheuten? We wisten niet echt wat we er ons bij moesten voorstellen. Op roadtrips door de westelijke uithoek van ons land hadden we ze wel al zien staan, de hopplanten. Dat was toen we voor ons boek de grensstreek rond Ieper uitkamden, wat uiteindelijk resulteerde in een van onze favoriete hoofdstukken. Dolend langs velden en dorpen met namen als Ouderdom, Rattekot en Dode-man, konden we niet anders dan betoverd raken door dit afgelegen, eigenzinnige stukje België. Afgelegen als je uit Antwerpen komt, that is.

Het viel ons toen al op. Overal langs wegen en paden waren ze: de ranke, metershoge klimplanten waarvan we vaag wisten dat ze iets met bier te maken hadden. Maar hoe dat nu precies zat? Zoals meestal zaten de meisjes vol vragen. ‘Zijn hopscheuten zoiets als sojascheuten?’  (Bweik, nee.) ‘Gaan wij daar bier proeven?’ (Wellicht niet nee.) ‘Groeit dat aan een plant?’ (We denken van wel.)

Vraagtekens genoeg boven ons hoofd. Felix dacht er het zijne van. Hij kondigde meteen aan dat hij zijn voetbal meenam, voor het geval er in zo’n hopveld ruimte zou zijn om wat skills te oefenen. De scheuten konden hem nog niet zo bekoren. Maar dat was voor we arriveerden bij hopboerin Benedikte Coutigny in Proven. Binnen de tien minuten was hij om, en zoals gewoonlijk de enige die met volle aandacht naar Benedikte luisterde.

Korte keten

Van Benedikte zou je geneigd zijn te zeggen: echt iemand die voor dit leven in de wieg is gelegd. De begeesterde manier waarop ze over haar hopplanten praat, verraadt dat hier een grote liefde in het spel is. Maar die begon eigenlijk pas twintig jaar geleden met een andere liefde, die voor haar man Wout: zelf een hopboer van de vierde generatie. Samen runnen ze ’t Hoppecruyt, dat rechtstreeks hopbellen levert aan lokale brouwerijen. Een mooi verhaal van terroir en korte keten.

‘Het is een heel goed jaar voor de hop’, aldus Benedikte. ‘Een strenge winter zorgt voor een betere start voor de plant.’ Als je haar hoort, zit een dagje luieren er niet meteen in: de hopteelt houdt een mens het grootste deel van het jaar bezig. ‘In februari beginnen we met snoeien: al het oude hout wordt afgesneden en we leggen aarde op de plant, zodat de scheuten wit blijven. Anders zijn ze te vezelig en niet krokant. We plukken eerst hopscheuten binnen, maar vanaf eind februari trekken we naar het veld. Eind maart is het seizoen van de hopscheuten voorbij. Eens het april is, krijgen we hulp van de specht.’

De specht als knecht? Ja, blijkt dat we het niet verkeerd verstaan hebben. De ogen van Mirtha en Lucy glinsteren, als Benedikte vertelt hoe de spechten met hun uitgebreide vriendenkring neerstrijken op het hopveld en gaten pikken in de palen die rot zijn. ‘Al van ver zien we welke palen moeten vervangen worden, het is een feilloos systeem’, zegt Benedikte. Vanaf mei worden de draden gespannen –‘dat doe ik supergraag’ – en dan kunnen de hoppen beginnen groeien en klimmen, in de richting van de zon. Tegen september begint de pluk van de bloemen en gaan de brouwerijen gezwind aan de slag met de oogst.

Gierende wind

Maar nu is het maart, volop hopscheutenseizoen. We klauteren in de laadbak van de boerderijquad en laten ons transporteren naar een strategisch gekozen oogstplek op het veld. Met onze handen in de kleverige zandleemgrond zien we wat Benedikte bedoelde toen ze hopscheuten vergeleek met een kleine asperge. Sidonia is er niks bij. ‘De scheuten moeten een kopje hebben en dat mag niet paars zijn. Je breekt ze af  zodat je alleen het krokante deel overhoudt.’

De droge knak waarmee de scheuten afbreken, wordt overstemd door de woest gierende wind die ons doet wankelen op onze stadsbenen. ‘Op het veld draag ik drie broeken over elkaar heen’, laat Benedikte weten, en we snappen ineens waarom. Als je ziet wat een toegewijd precisiewerkje de pluk is, bekijk je ook de prijs met andere ogen: een kilo hopscheuten gaat over de toog voor zo’n 110 €. Is dit ’s werelds duurste groente? Zou best kunnen. ’s Werelds snelst groeiende plant in elk geval: eenmaal op dreef groeit hop in het hoogseizoen meer dan een meter per week. Zeven meter is voor een doorsnee hopplant een koud kunstje.

Onze oogst blijkt er verrassend goed uit te zien, eens de modder er met een stevige straal van de tuinslang afgespoeld is. Benedikte wuift ons uit met een liedje op haar accordeon – een veelzijdige boerin, we zeiden het al.

De kok, de hop, zijn keuken en een stel reporters 

En dan is het aan chef Kris Pollentier van Manoir Ogygia om het goedje samen met de kinderen te bereiden. Hij knikt goedkeurend als hij onze buit ziet en zet de kinderen prompt een grote kom garnalen voor. Die moeten ze pellen, een meditatief klusje dat ze vakkundig afhandelen volgens de mantra duw-draai-staart eraf-kop eraf. Terwijl Felix de laatste garnalen van hun harnas ontdoet, zijn Lucy en Mirtha al in de weer met een scherp mes en kwarteleieren.

Intussen proeven we onze zelfgeplukte scheuten voor het eerst, in hun rauwe vorm. Ze houden zich moeiteloos staande in het gezelschap van flinterdunne sneetjes varkensvlees, gele paprika, groene appel, avocado, limoendressing en notenolie. En dan is het hek van de dam. Passeren de revue: tempura van hopscheuten (verrukkelijk), in geklaarde boter gestoofde hopscheuten met tong en garnalen (waw!) en gebakken hopscheuten met kabeljauw, fregola en ovenbereide groente van boer Dries uit de buurt (o zo lekker).

Het honingkleurige Poperings Hommelbier – met hop van Benedikte erin – blijkt een verdraaid goede combinatie te vormen met dit alles. Ook aan tafel is de cirkel van de plant dus rond: van scheuten op het bord tot bier in het glas. Felix stelt de onvermijdelijke vraag ter afsluiting van het culinaire atelier. ‘Kan je met hopscheuten ook dessert maken?’, informeert hij, gewoon zomaar, geheel belangeloos. ‘Nee’, zegt Kris, ‘daar leent hopscheut zich niet voor’. Maar voor de kinderen de kans krijgen om een zweem van teleurstelling over hun gezicht te voelen glijden, komt hij al op de proppen met iets anders. We hebben het getroffen: van huis uit is de chef eigenlijk patissier. En zo komt het dat hij ook nog uitpakt met een hemeltergend lekker nagerecht, waarin niet hop maar chocolade, speculaas, citroen, passievrucht en gepofte rijst de blitz maken.

Info en inschrijven voor het culinair atelier: www.hopscheuten.be/nl/culinair

www.toerismepoperinge.be

LOW_GVB_Hopscheuten-4521 LOW_GVB_Hopscheuten-4362 LOW_GVB_Hopscheuten-4371 LOW_GVB_Hopscheuten-4382 LOW_GVB_Hopscheuten-4388 LOW_GVB_Hopscheuten-4398 LOW_GVB_Hopscheuten-4414 LOW_GVB_Hopscheuten-4435 LOW_GVB_Hopscheuten-4439 LOW_GVB_Hopscheuten-4451 LOW_GVB_Hopscheuten-4453 LOW_GVB_Hopscheuten-4458 LOW_GVB_Hopscheuten-4459 LOW_GVB_Hopscheuten-4474 LOW_GVB_Hopscheuten-4502 LOW_GVB_Hopscheuten-4518 LOW_GVB_Hopscheuten-4526 LOW_GVB_Hopscheuten-4527 LOW_GVB_Hopscheuten-4537 LOW_GVB_Hopscheuten-4538 LOW_GVB_Hopscheuten-4547 LOW_GVB_Hopscheuten-4549 LOW_GVB_Hopscheuten-4551 LOW_GVB_Hopscheuten-4553 LOW_GVB_Hopscheuten-4560 LOW_GVB_Hopscheuten-4568 LOW_GVB_Hopscheuten-4570 LOW_GVB_Hopscheuten-4579 LOW_GVB_Hopscheuten-4582 LOW_GVB_Hopscheuten-4594 LOW_GVB_Hopscheuten-4610