Vingerbreien

Om te breien heb je niet per se breinaalden nodig. Je kan het ook op je vingers. Vingerbreien is leuk voor kinderen om een poppensjaal mee te breien, bijvoorbeeld. We vroegen Julie Jaeken van de Antwerpse stoffen- en wolwinkel Julija om eens haarfijn uit de doeken te doen hoe het moet. Kijk gerust mee!

Je neemt best dikke wol, om het vooruit te laten gaan. Wij gebruikten draad van 50% alpaca en 50% wol. Om te beginnen maak je een lus rond je wijsvinger en spant die aan. De afgeknipte draad blijft achteraan hangen.

De lange draad (die van je bolletje dus) doe je rond elke vinger van achter naar voor. Je laat slechts één lus rond je pink. Zo heb je drie vingers met twee lusjes. Je haalt de onderste draad telkens over de bovenste.

En zo ga je weer terug. Je laat altijd één vinger vrij, dat is ofwel de wijsvinger ofwel de pink, afhankelijk van in welke richting je gaat. Je duwt je breisel telkens naar achter.

Afzetten doe je zo. Je haalt nog eens de draad over je vingers. Nu begin je niet met de kant van de draad maar met de andere kant. Je breit de steek van je middelvinger (door de onderste over de bovenste draad te halen) en zet vervolgens de steek van je middelvinger op je wijsvinger. Je doet hetzelfde met de ringvinger en de pink. Je knipt de draad af en trekt hem door.

Klaar is kees!