Literair Museum

Het Hasseltse Literair Museum is een broeihaard van infectie. En ze komen er nog rond voor uit ook. ‘Wij willen kinderen een besmettelijke ziekte geven’, aldus coördinator Imelda Sleurs. ‘De leeskriebels’, voegt ze er aan toe, voor we het op een lopen kunnen zetten.

Imelda (‘Ik heb helemaal niks met schoenen hoor’) verwelkomt Felix, Lucy en Mirtha met open armen en troont hen meteen mee naar de Wonderkamer. Daar gaan onze jongelui op expeditie. De bedoeling? Een ontdekkingsreis maken in het landschap van Limburgse kinder- en jeugdschrijvers. Die hebben stuk voor stuk hun eigen kastje, een soort museum op kabouterformaat, waar de kinderen in mogen snuisteren en allerlei raadsels oplossen. Ze krijgen alle drie een plankje en schrijfgerief en verdwijnen al snel uit het zicht.

 

Hondenhotel

Felix verdiept zich boven in de kastjes van illustratoren Leo Timmers en Benjamin Leroy. Lucy en Mirtha gaan beneden aan de slag bij de auteurs. Keuze genoeg: Ina Vandewijer, Kaat Vranken, Stefan Boonen, Els Beerten: ze blijken allemaal een link met het Limburgse letterenland te hebben. De meisjes moeten dieren invullen die ze op een filmpje hebben gezien, een hondenhotel tekenen en antwoord geven op de vraag: wat zou je ervan vinden om op een afgelegen plek in het bos te gaan wonen? ‘Stom’, schrijft Lucy, ‘want je hebd dan geen buuren en ook geen vrienden.’

‘De wonderkamer werkt wonderwel, want de meisjes zijn een en al oor’

Ze moeten ook dierensporen identificeren van poes, mus, hert, kip en eend. De Wonderkamer werkt wonderwel, want de meisjes zijn een en al ogen en oren. Zeker wanneer Imelda zegt: ‘Kom, ik lees een stukje voor.’ Ze installeren zich in een gezellige zetel en we zien hun oren gloeien terwijl Imelda met zoetgevooisde stem het verhaal van De reus van de torenflat van Stefan Boonen tot leven wekt.

Pompoen alarm

Volgende halte is de Sprookjeskamer, die door Felix met een scheef oog en een lichtjes wrevelige houding van het genre ik-hou-mijn-handen-in-mijn-broekzakken-want-dit-is-toch-maar-een-imagoverlagende-zaak-voor-een-jongen-van-bijna-twaalf wordt bekeken, maar waar de meisjes zich in een mum van tijd thuis voelen. Elk nemen ze een koffertje waar een object in zit dat een rol speelt in een bepaald sprookje, evenals gele kaartjes met opdrachten die ze zelf mogen lezen.Lucy vindt een pompoen en roept ‘Assepoester!’. Mirtha heeft Roodkapje getroffen.

‘We dalen de trap af in mijnwerkersuniform’

Na de sprookjes verdiepen we ons in de steenkoolmijnen: we dalen de trap af in mijnwerkersuniform, inclusief helm en zaklamp. Het is er aardedonker, maar na een tijdje wennen onze ogen aan het duister en zien we vitrinekastjes met voorwerpen uit de mijn, voornamelijk die van Beringen. ‘Die drinkbus is nog van mijn papa geweest’, vertelt Imelda. ‘Hij deed er altijd koude koffie in, tegen het stof in zijn keel.’ Ook literair heeft de mijn heel wat opgeleverd, te zien aan de boeken die erover geschreven zijn. Dat biedt alvast stof tot lezen.

Tijdelijke expo

Het Literair Museum pakt geregeld uit met tijdelijke tentoonstellingen van gerenommeerde illustratoren. Daar krijg je originele illustraties en schetsen te zien en in de marge van de tentoonstelling zijn er steevast opdrachten en workshops per leeftijdsgroep, van 6 tot 16 jaar.

Literair Museum, Bampslaan 35, 3500 Hasselt. Info: www.literairmuseum.be

 

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vul de captcha in *