Museum Plantin-Moretus

Als er één plek is waar je de hartslag van het 16de-eeuwse Antwerpen voelt, dan is het wel Museum Plantin-Moretus. Het enige museum ter wereld op de lijst van UNESCO Werelderfgoed, stippen ze zelf fijntjes aan. Een verhaal van boeken, toewijding en de bedwelmende geur van inkt.

Het is een koude woensdagmiddag in januari als we het woonhuis van de uitgeversfamilie Plantin-Moretus aan de Vrijdagmarkt binnen wandelen. In onze slipstream: vier springerige meisjes die zo meteen het geheim van de boekdrukkunst gaan ontrafelen. En een moord voorkomen, dat ook.

Kopje kleiner

Het museumspel Red Balthasar zoomt in op Balthasar I Moretus, de kleinzoon van uitgever Christoffel Plantijn. Deze Balthasar erfde de drukkerij en uitgeverij van zijn vader en bleek nogal wat vijanden te hebben, allemaal zeer gemotiveerd om hem een kopje kleiner te maken. Maar misdaad is geen lonende bezigheid, en het museum rekent dan ook op Mirtha, Lucy, Violet en Justine om een stokje voor de moord te steken. Een soort van Back to the future with a vengeance, laten we zeggen. Ze beginnen aan een parcours dat hen door heel het museum zal brengen, waarbij elk goed antwoord een tip oplevert. Alle puzzelstukken samen moeten leiden tot de ontmaskering van de vermoedelijke dader.

In de imposante familiezaal komen we te weten dat Rubens verdachte nummer 1 is. De schilder is een huisvriend van de familie en heeft net een nieuw huis gebouwd. Zoiets kost handenvol geld, dat Rubens wil verdienen door flink veel schilderijen te maken. Maar Balthasar beslist om Rubens links te laten liggen en de opdracht voor een groot nieuw schilderij aan Erasmus Quellinus te geven. Rubens is woest. Tja, hoe zou je zelf zijn? Er wordt een kleur getoond en de meisjes moeten zeggen hoe die heet: is het cyaan, magenta of indigo? Het antwoord levert een letter op, die ze aanduiden op een raster. De reis in de tijd is begonnen.

Tellen in de tuin

Volgende halte is de gesculpteerde tuin, die ’s zomers trouwens ook toegankelijk is zonder museumkaartje. Anna Goos is het rekenwonder van de familie, zo legt het museumspel uit, en heeft een boon voor boekhouden. Maar Balthasar heeft geen oren naar haar grootse plannen voor de uitgeverij en dat zint haar niet.

Hoeveel raamopeningen telt de gevel van het drukkerijgedeelte? ‘Oké, wie van ons kan het best tellen?’ vraagt Lucy. ‘Ik niet’, zegt ze er meteen bij. ‘Violet, jij!’ wijst Mirtha. Ze gaan gezamenlijk aan de slag en verkennen alle hoeken van de tuin. Enthousiast komen ze melden dat ze er 52 hebben geteld. Iets té enthousiast, zo blijkt later.

‘O, dat stinkt hier’, zucht Justine, als we de drukkerij binnen komen. De lucht zindert van de geur van inkt, heerlijk. ‘De kinderen van Plantijn’, legt vrijwilliger Toon uit, ‘moesten hier al teksten nalezen en corrigeren in drie talen, toen ze nog maar zo oud waren als jullie.’ De meisjes pakken de stempels vast en verbazen zich over de zwaarte ervan. Hier werd destijds 14 uur per dag gewerkt, 6 dagen per week, ook door kinderen.

Terwijl de drukpers in rode inkt een middeleeuws Franse tekst aan het papier toevertrouwt, valt het oog van de meisjes op een kast met verkleedkleren. Ze hebben een moord te verijdelen, oké, maar eerst moeten er gekke kragen en zwierige capes uitgeprobeerd worden.

Verliefde meid

Een ander verdacht sujet is Liesken, de meid van Balthasar. Ze is stiekem smoor op haar werkgever, die evenwel haar avances afwijst. Dat valt niet in goede aarde, zoals iedereen die al eens verliefd geweest is zal begrijpen. De meisjes worden verzocht met hun lichaam een passer uit te beelden en te onderzoeken op welk been ze blijven staan. ‘Rechts’, verklaren Justine, Violet en Mirtha. ‘Links’, zegt Lucy.

De zoektocht leidt hen verder naar de oude drukkerij, waar het gaat over inktballen, loden letters en hondenleer. De letterkasten nodigen uit tot eindeloos bewonderen. Mirtha bestudeert het getal Pi. ‘Waar is de hashtag?’ informeert Justine. ‘Hey kijk, een smiley uit de Middeleeuwen’, wijst Lucy. Ach, die digital natives toch. Laat ons maar rustig Garamond, Granjon en andere aantrekkelijke types bekijken.

Boeken boven

Boven dwalen we rond in het vroegere woonhuis van de familie. Regisseur Wes Anderson zou hier een fraai stukje kunnen draaien, met de krakende eikenhouten vloeren, de fluwelen wanden en de eindeloze rijen in leder gebonden boeken. Hoe zijn die geordend? Lucy en Mirtha denken van klein naar groot, maar Violet vermoedt dat het misschien toch alfabetisch is, of per onderwerp.

In de eetkamer snuiven ze aan een zakje. ‘Er zit iets onduidelijks in’, stelt Mirtha vast. Het onduidelijke ding gaat van hand tot hand, tot Lucy roept: ‘Kaneel!’ Die komt uit de specerijenverzameling van Maria, de schoonzus van Balthasar, die graag kookt. Maria ziet liever haar zoon baas worden van de uitgeverij en heeft dus alle reden om Balthasar I uit de weg te ruimen. Maar zal ze dat ook echt doen? ‘Die mevrouw kijkt naar mij’, wijst Violet naar een geschilderd portret aan de muur in de somptueuze eetkamer. ‘Nee, naar mij’, griezelt Mirtha.

Via stijlvolle kamers vol boeken en elegante trappen belanden we aan het einde van het verhaal. Geconcentreerd leggen onze Charlie’s Angels alle verzamelde aanwijzingen bij elkaar en niet veel later is er een doorbraak. Daar staat het, zwart op wit. De naam van de dader. Met het bewijsmateriaal onder de arm spreken ze hun vermoeden uit tegen de mevrouw aan de balie. Balthasar horen we intussen een zucht van verlichting slaken. Die kan lekker een boekje gaan lezen in bad. Geen schurk die hem nog durft lastig te vallen.

Het museumspel Red Balthasar is geschikt voor families met kinderen vanaf 8 jaar en is gratis te ontlenen aan de balie. Het museum organiseert ook workshops voor kinderen tijdens de schoolvakanties. Je kan het aanbod voor de krokusvakantie hier checken, onder de noemer Krokuskriebels.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vul de captcha in *