Pass

Bij Pass – kort voor Parc d’aventures scientifiques – in de buurt van Mons gaat het over wetenschap en technologie. Straffe architectuur, dat ook. En dat allemaal op een zeer niet-saaie manier, zeggen we er meteen bij.

 

Het silhouet van de bedrijvige mijn van Frameries zal destijds ook wel z’n charmes gehad hebben, in volle industriële revolutie. Maar wat Jean Nouvel met de beschermde site in de Borinage heeft gedaan, is toch om een beetje van achterover te vallen. De Franse architect deed op de voormalige mijnterreinen een nieuwe wereld verrijzen. Eentje waarin steenkool vervangen werd door wetenschap, technologie én kinderlijke nieuwsgierigheid.

Le Pass stelt vragen en probeert die ook te beantwoorden. Maar belangrijker nog is dat de bezoeker, of die nu de veronderstelde jaren van verstand heeft bereikt of nog tot het koninkrijk der minéénmetervijftigen behoort, wordt uitgenodigd om zelf te zoeken en uit te proberen.

Kunst als groente

‘Is het een museum?’ vraagt Felix met lichte beklemming in zijn stem. ‘Want je weet, ik ben niet voor kunst’, zegt deze elfjarige snaak, die kunst zo’n beetje beschouwt als de groente van de cultuurfenomenen: hij eet het wel, maar een boterham met hagelslag is lekkerder. Nee, het is geen museum, verklaren we. Wat is het dan wel? Zelf noemen ze zich een wetenschappelijk avonturenpark. Daarbij denk je toch al gauw aan een soort van Walibi voor slimmeriken. En misschien is het dat ook wel.

Zodra we de Pass’erelle opglijden, worden we ondergedompeld in rinkelende geluiden en filmpjes waarin een rood bolletje de achtervolging inzet. De kinderen kijken opgetogen: dat ruikt hier naar actie en opwinding. De Pass’erelle – een 210 m lange automatische loopband – volgt het traject dat de wagentjes destijds aflegden tussen het opladen van de steenkool en de sorteerplaats en ertswasserij. Via deze blitse entree belanden we in het zenuwcentrum van le Pass, waar ruimtes te vinden zijn voor alle leeftijden, van peuters en drie- tot zevenjarigen, tot kinderen van de lagere school en de rest van de wereldbevolking.

De weg van de boterham

In de expo ‘Mijn lichaam, mijn gezondheid’ worden we geconfronteerd met de harde feiten van onze fysieke verpakking. De cijfers spreken voor zich: 100.000 miljard cellen, 100 organen, 950 km buisjes, 570 skeletspieren, allemaal in één lichaam. ‘Wij zijn een uitzonderlijk mechanisme’, leest Lucy. Ze verdiept zich in de weg die de boterham – misschien wel met hagelslag – aflegt in ons binnenste. Ernaast heeft Felix de ondankbare taak op zich genomen om de in de war geraakte beenderen van borstkas en wervelkolom weer op hun juiste plaats te zetten.

Overal zijn er dingen te zien op schermen, te beluisteren via koptelefoons en in levende lijve (nu ja) te bekijken, zoals een volledig skelet. Ook meer merkwaardige voorwerpen zoals een aangetast dijbeen of een puntschedel, die in de mode was bij de Merovingers.

Vlinders in de buik

Het tweede brein, zo wordt ons spijsverteringskanaal ook wel genoemd: het bevat blijkbaar evenveel neuronen als het ruggenmerg. Samen vormen ze het darmzenuwstelsel, dat in nauwe verbinding staat met onze hersenen. Daarom krijgen we buikkrampen als we eigenlijk plankenkoorts hebben, of vlinders in onze buik als we verliefd zijn. In een vitrine zien we het hart van een mens liggen, naast dat van een paard (groter) en een olifant (veel groter). We kijken er in stilte naar. Wat zou dat geven als een olifant verliefd is, vraagt Lucy zich af.

In de aangrenzende expo over genetica, ontdekken we een en ander over het menselijk genoom, synthetische medicijnen en wat klonen nu precies inhoudt. Het schaap Dolly was het eerste zoogdier dat dit lot mocht ondergaan – ze werd gekloond aan de hand van een volwassen cel en zag het licht in 1996. Deze Dolly kijkt met meer dan gewone interesse naar haar buurman: de Yeti. Als daar maar geen kinderen van komen.

Zeepnoten en douchekoppen

In de avonturentuin zijn verschillende observatoria te vinden, rond thema’s als het weer, het universum van de terril, biodiversiteit, fauna, flora en machines. Er is ook groene ruimte te vinden om al ravottend de zojuist opgedane wetenschappelijke kennis te verteren, een kans die de kinderen gretig aangrijpen. Volgende halte is de expo H20,  waar we enigszins onthutst ontdekken dat maar liefst 50% van de waterlopen ter wereld vervuild is. En dat 4% van de aardbewoners verantwoordelijk is voor 25% van de broeikasgassen.

Nog zo’n verpletterend cijfer: elke Belg verbruikt om en bij de 106 liter water per dag. Dat is teveel, helaas. Spitsvondige dingen als filters, speciale douchekoppen en zeepnoten kunnen het waterverbruik doen dalen. Toegang tot drinkbaar water is tegenwoordig een van de grootste uitdagingen voor de mensheid, leren we. Ook de cyclus van het water, van wolk tot ondergrond, komt aan bod. Felix is onder de indruk van de zaal waar een film over drinkwater en hoe ongelijk dat verdeeld is, wordt geprojecteerd op meerdere wanden.

Acrobat!

De hoofden zitten vol, de benen moeten gelucht worden. Dus duiken we in het Acrobat!parcours, waar het verstand op nul en de motoriek op maximum mag. Dit parcours verbindt drie verdiepingen waar het gaat over uitvinders, materialen en … sport. Bam! Voor we boe of ba kunnen zeggen trekt Felix al een sprintje. Op de atletiekpiste rent hij tegen zichzelf en op het basketbalveldje concentreert hij zich om zo vaak mogelijk te scoren. Lucy doet op haar eigen manier aan sport: ze luistert geboeid naar de uitleg over hypertechnologische sneakers.

Pass, Parc d’aventures scientifiques,
 Rue de Mons 3,
7080 Frameries. Info: www.pass.be.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vul de captcha in *