Beroep: actrice

In deze reeks interviewen de jonge Dingenzoekers telkens iemand over zijn of haar beroep. Aan het woord: actrice Sara De Roo uit Antwerpen.

DZ: Is het niet raar om te doen alsof?

Toneel spelen lijkt heel erg op gewoon spelen. Als kinderen gewoon spelen doen ze ook alsof. Ze spreken af, jij bent die, ik ben die, en dan gaan ze een spel spelen. Als iemand tegen je zegt: ‘dag mama’, ook al ben je geen mama, weet je genoeg. Dan ben jij het kindje. Het is dus niet raarder dan wanneer kinderen spelen en doen alsof.

DZ: Hoe word je actrice? Is daar een school voor?

Er is een toneelschool, die duurt vier jaar. In alle grote steden vind je wel een toneelschool. Daar krijg je les in spel, zang en beweging en ook over de geschiedenis van toneel. Als je afgestudeerd bent, krijg je een diploma en ben je ‘actrice’.

DZ: Heb je al eens in een film gespeeld?

Ja, ik heb al eens in een film gespeeld. Dat is ook erg leuk. Maar helemaal anders dan toneel. Bij toneel heb je echte mensen, een echt publiek. Dat is echt heel fijn, dan weet je meteen of iets werkt of niet. Bij een film is dat niet zo, je speelt voor een camera en je heb nooit echt contact met het publiek. Bij film neem je alles in hele kleine stukjes op, en daarna plakken ze dat aan elkaar tot een verhaal. Met het maken van het verhaal heb je als actrice niets te maken, dat zijn andere mensen die het verhaal bedenken. In toneel speel je het verhaal van het begin tot het einde helemaal samen.

DZ: Wat vind je het leukst: theater of film?

Ik vind ze allebei leuk. Het contact met het publiek in toneel zou ik niet kunnen missen. Als een voorstelling goed is en de mensen vinden het een mooie voorstelling en er is een wisselwerking, dan krijg je daar heel veel energie van. Dat is heel fijn. Het geweldige aan toneel is: de mensen die erbij waren, hebben het gezien. Wie er niet bij was, heeft het gemist. Maar aan de andere kant is film ook leuk. Omdat een film in hele kleine stukjes wordt opgenomen, kan je kleine nuances aanbrengen, heel minutieus zijn. De camera komt dichtbij.

DZ: Wat speel je het liefst, een rustige rol of een rol met veel actie?

Ik speel het liefst een rol waar iets mee gebeurt. Of dit nu rustig is of een rol met veel actie, dat maakt me niet zoveel uit. Afwisseling is leuk. Ik heb wel eens samengewerkt met een hele grappige gast, iemand die gespecialiseerd is in stuntwerk met acteurs. Hij helpt de acteurs die bijvoorbeeld moeten vechten of vallen. Hij legt dit ook erg goed uit. Zo werd ik eens neergeslagen in een film en moest ik op de grond vallen. Op zich niet zo spectaculair. Maar dat moest dan met vijf camerastandpunten worden opgenomen. Ik moest dus 25 keer vallen. Voor één keer kan je doen alsof, maar als je 25 keer moet neergemept worden, dan begint dat op den duur wel erg veel pijn te doen. Ik kreeg een harnas aan en hij legde helemaal uit hoe ik precies  moest vallen. Welke bewegingen ik moest maken, zodat het er echt zou uitzien.

DZ: Ben je beroemd?

Ik heb geen flauw idee (lacht). Sinds de serie  ‘Met Man en Macht’ zie ik al eens mensen naar me kijken die twijfelen, ik denk dat het probleem is dat mijn haar niet meer blond is. Een tijdje geleden was ik in Amsterdam en daar had ik op een uur tijd twee mensen die mij aanspraken. Daar moet je dan helemaal voor naar Amsterdam gaan. Ik speel ook veel in toneel en daarvan word je niet echt beroemd. Je speelt voor te kleine zalen.

DZ: Als je beroemd bent, vind je dat eigenlijk leuk of eerder lastig als je boodschappen gaat doen en zo?

Ik vind het niet zo erg dat ik niet beroemd ben. Ik hou heel erg van gewoon zijn. Als je herkent wordt, lijkt het alsof je belangrijk bent. We hebben natuurlijk een speciaal beroep. De mensen kijken naar ons. We vertellen verhalen met wie we zijn. Ik snap dat wel, dat dat indruk maakt, maar acteurs zijn ook maar gewoon mensen.

Sara De RooSara De Roo