Beroep: archeoloog

In deze reeks interviewen de Dingenzoekers telkens iemand over zijn of haar beroep. Kwestie van inspiratie op te doen voor de toekomst. Vandaag aan het woord: archeologe Ingrid In ‘t Ven (41).

Dingenzoekers: Wat doet een archeoloog eigenlijk?

Ingrid: Een archeoloog onderzoekt menselijke sporen uit het verleden. Dingen die mensen dus lang geleden hebben achtergelaten.

Dingenzoekers: Geen dino’s?

Ingrid: Nee, dat is iets voor paleontologen. Wij onderzoeken geen dinosaurussen.

Dingenzoekers: Heb je al eens iets ontdekt?

Ingrid: Ja, ik heb een hele tijd opgravingen gedaan en toen heb ik verschillende dingen ontdekt. Een gedeelte van een Romeinse villa in Boutersem bijvoorbeeld. Maar ook een middeleeuwse boerderij in Haacht en een Romeins grafveld in de buurt van Brugge. De Romeinen cremeerden hun doden, ze verbrandden ze op de brandstapel. De resten deden ze in een kuil en ze deden er nog allerlei giften bij zoals potjes. Ook kwamen we eens ijzeren scheermessen tegen in een graf.

Dingenzoekers: Als je zoiets vindt, wat doe je er dan mee?

Ingrid: Als je sporen van iets vindt, dan ga je aan de slag. Je fotografeert je vondst, dat is belangrijk. En dan ga je het opmeten en tekenen, je maakt er een soort plan van met veel details. Nadien probeer je de dingen ook te dateren. Dat wil zeggen dat je gaat kijken hoe oud ze zijn. Zo hebben we eens een houten waterput gevonden, en de planken daarvan bleken uit de tweede eeuw te dateren. Heel oud dus. Als je iets hebt gevonden, ga je ook altijd dieper graven, om te kijken wat er nog is. Die vondsten, dat kan vanalles zijn: metaal, aardewerk, steen, hout,… Ook menselijke botten en dierlijke resten. En dikwijls neem je ook bodemmonsters.

Dingenzoekers: Wat zijn dat voor monsters?

Ingrid: Dat zijn stukjes grond die je onderzoekt op allerlei resten. Dat kunnen piepkleine dingen zijn, zoals visgraten of zaden van bomen en planten uit de omgeving. Ook uit oude beerputten worden stalen genomen.

Dingenzoekers: Beikes! Dat is vies.

Ingrid: Nee hoor, je kan er heel veel uit leren. Zo kan je zien wat mensen vroeger aten.

Dingenzoekers: Is het eigenlijk een vermoeiend beroep?

Ingrid: Op het terrein wel, als je staat op te graven in de regen of de kou. Maar het is ook heel leuk, omdat je allerlei dingen kan ontdekken. Het interessantst vind ik wel het onderzoek achteraf, omdat je dan het hele verhaal leert begrijpen. Zo hebben we eens servies gevonden, in heel veel kleine stukjes. We hebben dat op grote tafels uitgespreid. Toen moesten we het aan elkaar puzzelen: kruiken, drinkbekers, borden, schotels… Maanden hebben mijn collega’s en ik daar aan gepuzzeld. Als je eenmaal weet hoe het zit, moet je het héél voorzichtig aan elkaar lijmen. Ook met skeletten van mensen en dieren moet je zo in mekaar puzzelen.

Dingenzoekers: Heb je nog een goede tip voor kinderen die geïnteresseerd zijn in archeologie?

Ingrid: Je kan eens gaan kijken in het Provinciaal Archeologisch Museum van Velzeke. Dat gaat vooral over Gallo-Romeinse vondsten. Het is echt de moeite.

Dingenzoekers: Dankjewel voor dit interview!

archeoloog

© Onroerend Erfgoed