Beroep: filmmaker

In deze reeks interviewen de jonge Dingenzoekers telkens iemand over zijn of haar beroep. Kwestie van inspiratie op te doen voor de toekomst. We bijten de spits af met filmmaker Vincent Bal (41).

Dingenzoekers: Wat doet een filmmaker precies?

VB:  Een filmmaker of regisseur is degene die aan iedereeen zegt wat ze moeten doen.

Dingenzoekers: Dus je speelt de baas?

VB: Eigenlijk wel, ja (lacht). Zoals de kapitein op een schip geef je de richting aan waarin iedereen werkt. Aan het maken van een film komen heel veel mensen te pas, zoals de cameraman, de acteurs, de mensen die de decors maken, de componist die voor de muziek zorgt, de ploeg die de kostuums maakt… Elk kan dat op zijn eigen manier invullen, maar ik moet ervoor zorgen dat we wel allemaal met dezelfde film bezig zijn. Dat betekent ook dat je beslist hoe je iets gaat filmen.

Dingenzoekers: Hoe bedoel je?

VB: Stel, je hebt in de film een gesprek tussen twee mensen. Je kan alleen hun gezichten laten zien, maar je kan ook van verder filmen zodat je hen helemaal ziet. De camera kan rond hen bewegen of hij kan ook stilstaan. Dat bepaalt allemaal hoe het er uiteindelijk uit zal zien, wanneer het publiek de film bekijkt.

Dingenzoekers: Hoe vind jij het om regisseur te zijn?

VB: Heel leuk. En ook wel vermoeiend af en toe. Wat ik er vooral tof aan vind, is dat je de film eerst voorbereid met een klein groepje mensen, dan tijdens de opnames werk je met heel veel mensen en daarna werk je de film af met weer een klein groepje.

Dingenzoekers: Hoe doe je dat eigenlijk, een film maken?

VB: Eerst schrijf je een scenario, dat is het verhaal van de film. Dan kies je acteurs, de mensen die een rol gaan spelen in het verhaal. Verder ga je op zoek naar locaties, dat zijn de plekken waar je gaat filmen. Natuurlijk moet je ook geld vinden om de film te maken. Wat komt er nog bij kijken? Kostuums, ook belangrijk, wat de acteurs aan zullen doen terwijl ze spelen. Dan film je alles. Daarna volgt de montage. Dat wil zeggen dat je alle beste stukjes die je hebt gefilmd na elkaar zet. Daarbij laat je dan ook muziek horen en als een van de laatste dingen moet je de kleuren van het beeld kiezen. Soms heeft een film ook special effects nodig, dat zijn dingen die je met de computer doet en die in het echt niet kunnen, zoals katten laten praten. En pas als dat werk allemaal gebeurd is, kan de film in première.

Dingenzoekers: Ben je zenuwachtig voor zo’n première?

VB: Ja, zeker. Een première is altijd spannend. Al is het niet écht de allereerste keer dat je de film toont, tijdens het maken toon je ook al wel eens stukjes. Zo weet je bijvoorbeeld dat als de mensen bij een bepaalde zin altijd lachen, je de volgende zin best wat later laat komen, anders verstaan ze hem niet.

Dingenzoekers: Wanneer wist je dat je filmmaker wilde worden?

VB: Eigenlijk wilde ik striptekenaar worden als kind. Maar toen ik achttien was, ging een vriend van mij film studeren. Dat vond ik toen ook wel een goed idee. In film komen verschillende leuke dingen samen, zoals tekenen en met acteurs werken. Plus je zit niet altijd alleen, zoals striptekenaars.

Dingenzoekers: Wat was het leukst om te doen aan Nono, het zigzagkind, je nieuwe film?

VB: De achtervolging in de chocoladefabriek. Dat was de reden dat ik deze film wilde maken.

Dingenzoekers: Had je zelf ook zin om in het chocoladevat te springen?

VB: Nee, dat was veel te koud! Het ziet eruit als chocolade, maar in het echt was het chocoladevla. Dat is een soort pudding. De acteurs hadden een duikerspak aan onder hun kleren, om een beetje warm te blijven. De actrice die in het chocoladevat valt, moest na twee keer filmen onder een warme douche, omdat ze bijna aan het bevriezen was.

Dingenzoekers: Brr! Dankjewel voor dit gesprek.