Beroep: postbode

Beroep: postbode

In deze reeks interviewen de jonge Dingenzoekers telkens iemand over zijn of haar beroep. Aan het woord deze keer: postbode Tony Bormans uit Antwerpen.

DZ: Breng je vaak pakjes?

Tony: ‘Als postbode heb je vooral brieven rond te brengen, maar ook tijdschriften en kleine pakjes. Er zijn eigenlijk steeds meer pakjes, omdat mensen vaker via internet dingen bestellen. Soms sturen ze ook wel eens een cadeautje op naar familie in Australië of Amerika.’

DZ: Hoe geraakt dat daar dan?

Tony: ‘Met het vliegtuig.’

DZ: Een speciaal postbodevliegtuig?

Tony: ‘Zo zou je dat kunnen noemen, ja.’

DZ: Hoe weet je eigenlijk aan wie je een brief moet bezorgen?

Tony: ‘We kennen het adres, dat staat op de brief. Als postbode ken je alle straten in de stad. En je hebt een vaste ronde, dus na een tijd ken je ook al die mensen wel.’

DZ: Ben je wel eens jaloers als iemand een heel leuk pakje krijgt?

Tony: ‘Dat gebeurt, ja. Soms krijgen mensen een gsm of een laptop, en dan denk ik: dat wil ik ook wel! (lacht) Maar meestal weten we niet wat er in het pakje zit, behalve als mensen het open maken terwijl je erbij staat of er iets over vertellen. Soms zit er iets heel groots in, zoals een tv.’

DZ: Was het je droom als jongen om postbode te worden?

Tony: ‘Nee, dat ging eerder toevallig. Ik zat nog op school, toen ik hoorde van een staatsexamen voor postbode. Ik deed mee, was geslaagd en kon meteen aan de slag. Ik was toen 18. De eerste jaren vond ik het een heel zware job, omdat ik alles nog moest leren. Intussen ben ik bijna 52 jaar, dus ik heb er al heel wat jaren opzitten als postbode.’

DZ: In welke straten breng je de post rond?

Tony: ‘De straten rond het Antwerpse stadspark, zoals de Van Eycklei en de Charlottalei. Elke dag doe ik 1020 brievenbussen.’

DZ: Zoveel?! Doe je met al die mensen een babbeltje?

Tony: ‘Met sommige wel. Er zijn mensen die ik elke dag zie, zoals conciërges of kantoormensen. Daar doe ik wel een babbeltje mee. Als het superkoud is, vragen mensen ook wel eens om even binnen te komen en dat doet dan veel deugd.’

DZ: Moet een postbode heel vroeg opstaan?

Tony: ‘Ik begin om 6u30. Een deel van de post is dan ‘s nachts al machinaal gesorteerd, de rest sorteer ik. Vanaf 8u45 ga ik naar buiten voor mijn ronde. Mijn werkdag eindigt rond 14u.’

DZ: Is december een drukke maand?

Tony: ‘Heel druk. De drukste maand van het hele jaar. De mensen sturen elkaar dan kerstkaartjes. Maar we hebben ook veel rekeningen bij, en reclame.’

DZ: Schrijven mensen nog veel kaartjes?

Tony: ‘Minder dan vroeger, maar met verjaardagen nog wel. Als iemand op een dag 4 of 5 met de hand geschreven omslagen krijgt, dan weet je: die is jarig! Ook als er iemand dood is, merk je dat er nog vaak een kaartje wordt geschreven. En in de zomer de vakantiekaartjes. Daar kijk ik graag naar, naar mooie kaartjes uit andere landen.’

DZ: En liefdesbrieven, worden die nog geschreven?

Tony: ‘Ik vrees van niet. Dat gebeurt nu vaker via sms. Rond Valentijn zie je wel opvallend veel meer rode omslagen.’

DZ: Dankjewel voor dit fijne interview, Tony! En nog veel postplezier.

Postbode PostbodePostbode